Welkom in Nederland, achter de tralies (1998)

Wie wat bewaart, heeft wat! (april 1997)

Steeds meer gevangenissen (oktober 1996)

Vluchtelingen: toen en nu. Kristallnacht herdenkingen in het teken van het vreemdelingenbeleid (december 1995)

Toespraak bij de Kristallnachtherdenking in Groningen (11 November 1995)

Voormalig vreemdelingenbegeleidster Anta van Bohemen: "Je bereikt niks met zo'n gevangenis" (oktober 1995)

Hans van Duijn is voorzitter van de Nederlandse Politie Bond. In diverse media heeft hij zich uitgesproken over de nutteloosheid van vreemdelingenbewaring (oktober 1995)

Coen Oosterveld: "Komst verwijderingscentrum geen oplossing werkloosheid Oost-Groningen" (oktober 1995)

"De zwarte kant van Nederland" Interview met Ad van der Maden van de ABVA-KABO (oktober 1995)

Hellevoetssluis Een vooroorlogse boodschap voor Ter Apel! (oktober 1995)



1998

Onderstaand artikel over vreemdelingendetentie (opsluiting van vluchtelingen en illegalen) in Nederland, van de hand van het Autonoom Centrum, verscheen in het Crimineel Jaarboek 1998. Dit jaarboek van de Coornhertliga, Vereniging voor strafrechtshervorming, geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van 1997 op het terrein van strafrechtshervorming.

6. Welkom in Nederland: achter de tralies!

Rens den Hollander

6.1 Inleiding
6.2 Juridische basis vreemdelingendetentie
6.3 Openbare orde, nationale veiligheid
6.4 Wie worden gevangen gezet?
6.5 Waar wordt men gedetineerd?
6.6 Celcapaciteit
6.7 Eenmaal in vreemdelingenbewaring
6.8 Regime
6.9 Beeldvorming
6.10 Verzet binnen en buiten de gevangenis
6.11 Onafhankelijke controle ontbreekt
6.12 Slechts op bezoek
6.13 Waarom wordt er gezwegen?
6.14 Vrijheidsbeperking
6.15 Vergelijking strafrecht/vreemdelingenrecht
6.16 Tweedeling

6.1 Inleiding

In 1998 zullen in Nederland zo'n 1500 cellen gerealiseerd zijn voor vreemdelingendetentie. Onderstaand artikel behandelt deze vreemdelingendetentie, waaronder wordt verstaan het opsluiten van illegalen en vluchtelingen op basis van de vreemdelingenwet. Deze zogenoemde vreemdelingen zijn mensen die hier politieke bescherming, overleving en vrijheid zoeken. Degenen die in die cellen verdwijnen kunnen vluchtelingen zijn die een asielverzoek hebben ingediend dat direct werd afgewezen, of illegalen, mensen zonder verblijfspapieren, die hier niet mogen zijn.
Vluchtelingen en illegalen symboliseren het mondiale vraagstuk van de migratie. Zij confronteren ons hier met de wanverhoudingen die zij ontvlucht zijn.
Nederland treedt dat migratievraagstuk tegemoet door de slach- toffers ervan te weren en te verwijderen. Sterker nog: door hen gevangen te nemen. Om niets, zonder maximum tijdsduur. Opsluiting is binnen het strafrecht een ultimum remedium, een laatste middel waarnaar gegrepen wordt. Opsluiten van vluchtelingen en illegalen echter is in het vreemdelingenrecht een middel waar snel en gemakkelijk naar gegrepen wordt.
Europese partners werken steeds intensiever samen om de buitengrenzen van Europa te sluiten. Ook Nederland sluit zijn grenzen en daarmee zijn ogen. Van een land dat van zichzelf zegt de mensenrechten te respecteren mag je toch ten minste opvang in plaats van opsluiting verwachten. Vrijheid is een grondrecht, een mensenrecht. Nederland schendt dit mensenrecht waar het om vluchtelingen en illegalen gaat. Een fundamenteel debat over het recht dat Nederland zich aanmeet om onschuldige mensen op te sluiten, ontbreekt.

6.2 Juridische basis vreemdelingendetentie

Vreemdelingendetentie is een bestuurlijke maatregel verankerd in de Vreemdelingenwet, met als doel uitzetting van de vreemdeling. In de Vreemdelingenwet is een aantal artikelen opgenomen dat de detentie van vreemdelingen bepaalt (de artikelen 7a, 18b, 19, 22, 23 en 26).
Voor deze artikelen geldt dat zij of geen maximumtermijn kennen of naadloos aansluiten op één van de termijnloze artikelen. Periodes van 6 tot 9 maanden zijn in de praktijk heel gangbaar. In Nederland is zelfs een termijn van 16 maanden voorgekomen. De Rechtseenheidskamer stelt zich op het standpunt dat bij het 'niet meewerken aan verwijdering' de gevangenschap langer mag duren dan zes maanden.
Uitvoering van deze detentie valt onder het gevangeniswezen en de Gevangenismaatregel is hier van toepassing. Vreemdelingendetentie is vergelijkbaar met voorlopige hechtenis, maar dan zonder rechtswaarborgen. Voorlopige hechtenis kent in tegenstelling tot vreemdelingendetentie een regelmatige toetsing en een maximumtermijn.

6.3 Openbare orde, nationale veiligheid

Justitie gebruikt als legitimatie voor opsluiting de argumenten, bescherming van de openbare orde en (nationale) veiligheid. Welk gevaar voor welke openbare orde? Bedoeld wordt in ieder geval, preventief tegen onderduikers op te treden. Vermeld zij, dat Justitie zelf mensen uit procedures of uit detentie weer op straat zet, dus tot illegaliteit dwingt, om ze daarna weer op te pakken en op te sluiten. Een andere legitimatie voor opsluiting creëert Justitie met de introductie van het begrip 'non-coöperatief gedrag'. Dat betekent zoiets als: 'u werkt niet mee aan uw eigen verwijdering'. Al deze begrippen zijn vaag, ruim interpretabel en oncontroleerbaar. Daardoor ontstaat veel willekeur.
Het officiële doel van vreemdelingendetentie volgens de Vreemdelingenwet is uitzetting. Deze vindt in 50% van de gevallen na detentie plaats. In de overige gevallen wordt de gedetineerde als illegaal op straat gezet.
Na een week of twee detentie kan reeds duidelijk worden of de uitzetting gerealiseerd kan worden of niet. Na 3 maanden is nog slechts 10% van de gedetineerden uitzetbaar. Dit betekent niet dat deze 10% ook daadwerkelijk wordt uitgezet. Je kunt dus concluderen dat vreemdelingendetentie zijn wettelijk doel grotendeels voorbij schiet en dat de juridische grondslag - zicht op uitzetting - ervan misbruikt wordt.
Na jaren toepassing van vreemdelingendetentie sinds de jaren tachtig weet Justitie blijkbaar nog steeds niet hoe deze gevangenschap effectief te krijgen. Justitie beoogt ook een afschrikkende werking en wellicht acht zij die dan effectief genoeg. Maar mensen die redenen hebben om hun land te verlaten, laten zich niet afschrikken door gevangenschap.

6.4 Wie worden gevangen gezet?

Hierbij dient te worden onderscheiden in vluchtelingen die Nederland binnen komen en zij die reeds in Nederland verblijven.
Bij aankomst aan de grens
In de eerste plaats gaat het om vluchtelingen die een asielverzoek indienen in één van de drie aanmeldcentra voor asielzoekers. Binnen 24 uur wordt op asielverzoeken een beslissing genomen. De beslissing kan inhouden dat de toegang tot Nederland geweigerd wordt, waarop detentie volgt. Meestal komen deze vluchtelingen via lucht- of zeehavens aan.
In de tweede plaats mensen die bij het passeren van de grens worden aangehouden door het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV). Het MTV selecteert op uiterlijke kenmerken, onder de dekmantel 'vermoeden van illegale grensoverschrijding'. Blijken de gecontroleerden niet in het bezit van identiteitspapieren, dan kan het MTV hen overdragen aan de regiopolitie die hen in vreemdelingenbewaring zet. Eerst in een politiecel voor maximaal tien dagen, daarna in een huis van bewaring.
In de derde plaats worden in sommige gevallen mensen direct na hun asielaanvraag vastgezet, omdat vermoed wordt dat zij zullen gaan onderduiken. Zo kan iemand die bij aankomst zijn paspoort heeft verscheurd, worden gedetineerd. In 1997 detineerde Justitie een groep Tamils, omdat even eerder Tamils uit een vliegtuig uit Turkmenistan na de asielaanvraag met onbekende bestemming verdwenen. Door tussenkomst van de rechter werd de groep vrijgelaten. De rechter verwierp dit categorisch vastzetten, maar het is niet ondenkbaar dat Justitie de truc opnieuw zal trachten in te zetten.

Bij verblijf in Nederland
Ten eerste die vluchtelingen wier asielverzoek, en illegalen wier aanvraag voor een verblijfsvergunning na een procedure is afgewezen en aan wie het niet langer is toegestaan in Nederland te blijven.
Ten tweede, vluchtelingen die zogeheten non-coöperatief bevonden worden. Zij ondertekenen bijvoorbeeld geen verwijderingspapieren of werken niet mee aan presentaties bij ambassades voor een laissez-passer (een eenmalig reisdocument voor terugkeer naar het land van vermoedelijke herkomst) of verzwijgen hun ware identiteit uit vrees uitgezet te worden.
Ten derde, vluchtelingen en illegalen van wie Justitie vermoedt dat zij zich zullen onttrekken aan het vreemdelingentoezicht. Zij worden gezien als potentiële onderduikers, als 'gevaar voor de openbare orde'. Dit vermoeden zou op de persoon toegesneden behoren te zijn, dat wil zeggen dat er specifieke aanwijzingen dienen te zijn dat juist di‚ persoon gaat onderduiken. De praktijk laat zien dat die aanwijzingen dikwijls ontbreken. Ten vierde gaat het om mensen die bij redelijk vermoeden van illegaal verblijf overal kunnen worden staande gehouden voor controle op identiteitspapieren. Dit vermoeden moet wel gebaseerd zijn op concrete aanwijzingen maar in de praktijk betekent het veelal dat mensen op uiterlijk worden aangehouden. Indien geen geldige verblijfspapieren kunnen worden getoond volgt detentie in een politiecel. Als uitzetting niet direct plaatsvindt kan men worden overgeplaatst naar één van de locaties voor vreemdelingendetentie.

6.5 Waar wordt men gedetineerd?

Vreemdelingendetentie vindt plaats in politiecellen, in cellen en aparte vleugels in strafgevangenissen en in speciale vreemdelingendetentiecentra. Met de ingebruikname medio 1998 van de speciale vreemdelingengevangenis in Ter Apel, gelegen naast het verwijdercentrum, kent Nederland dan 1500 cellen.
Eén van de locaties is de grensgevangenis bij Schiphol, door 'architect' en toenmalige staatssecretaris van justitie Kosto, Grenshospitium genoemd. Deze gevangenis kent een dubbelfunctie: grenslogies voor asielzoekers die via de Nederlandse Schengen- buitengrenzen binnenkomen en een illegalenvleugel voor vrouwen en kinderen.
Andere speciale locaties zijn de huizen van bewaring in Nieuwersluis en Tilburg (Justitieel Complex Willem II), en delen van de strafgevangenissen in Zwolle, Zutphen, Alphen aan den Rijn en Zoetermeer.

6.6 Celcapaciteit

Nederland steekt qua celcapaciteit langzamerhand uit boven de omringende Europese landen. In het celcapaciteitsplan 1996 (Cap '96) formuleerde het Gevangeniswezen het als volgt: 'Door de toename van het aantal vreemdelingen dat naar Nederland komt stijgt de behoefte aan celcapaciteit voor de uitvoering van de vreemdelingenwet.' Hechtenis van vreemdelingen wordt hier als logisch antwoord gezien op toenemende migratie. Zo is de situatie ontstaan waarin straks ruim 10% van de cellen in Nederland in gebruik is voor vreemdelingendetentie. In 1996 zat ruim 14% van alle gedetineerden in penitentiaire inrichtingen 'ter fine van uitzetting'. De uiteindelijke bedoeling is dat per jaar 18.000 plaatsingen op grond van artikel 26 Vreemdelingenwet gaan plaatsvinden. Bij de huidige celcapaciteit en gemiddelde verblijfsduur (ruim 40 dagen) zal het overgrote deel van deze plaatsingen niet kunnen plaatsvinden in een huis van bewaring. Aan uitbreiding van de capaciteit wordt evenwel niet langer gedacht. In een notitie van 3 juni 1997 over het verwijderingsbeleid stelt staatssecretaris van justitie Schmitz dat uitbreiding 'geen meerwaarde biedt en niet bijdraagt aan een oplossing van de terugkeerproblematiek.'

6.7 Eenmaal in vreemdelingendetentie

Vreemdelingendetentie is een vorm van administratieve hechtenis; een gevangenschap zonder vorm van proces. Slechts één keer, na de eerste vier weken wordt ambtshalve getoetst of de detentie moet voortduren. Verlenging vindt vrijwel altijd plaats. Daarna kan een verzoek tot opheffing van de bewaring worden ingediend door de raadsman van de gedetineerde. Maar ook dat wordt veelal verloren. Het staatsbelang van vrijheidsberoving weegt blijkbaar zwaarder dan het individuele belang van vrijheid. De rechterlijke macht geeft dus veel ruimte aan de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) die verlenging van de detentie bewerkstelligt, zonder veel argumenten op tafel te hoeven leggen. Pas na ongeveer een half jaar begint een rechter achter zijn oren te krabben en wordt kritischer ten aanzien van de non-argumentatie van de IND.

6.8 Regime

De vrijheidsberovende artikelen stellen dat geen verdere beperkingen aan gedetineerde worden opgelegd dan strikt noodzakelijk ter beveiliging van vertrek uit de gesloten ruimte. In de praktijk blijkt het regime zwaar. Er gaan op juridische en wetenschappelijk niveau, en zelfs bij Justitie, geluiden op, dat het regime voor vreemdelingen lichter moet. Meer sport en spel werden toegezegd. Maar ook een gouden kooi is een kooi. De regime-discussie is dus een afgeleide van waar het om gaat: niet opsluiten. Zolang vrijheidsberoving bestaat, bestaat de terechte roep van de gedetineerde om vrijheid.
De benadering van gevangenen door het personeel is ingegeven door ongefundeerde angst. Van gevangenen worden gedragsrapportjes opgemaakt. Bij het minste of geringste 'afwijkend' gedrag wordt ingegrepen. Groepsvorming wordt als bedreigend gezien, er wordt preventief tegen opgetreden. Spanning en onrust worden aangewakkerd door deze bejegening. Vaak wordt degenen die zich verzetten en hun mond opentrekken 'verbale agressie' verweten. De maatregel isolatie wordt al snel opgelegd.
Om een indruk te krijgen van wat een en ander betekent, enige cijfers uit het Jaarverslag 1995 van het Justitieel Complex Willem II te Tilburg. Gedurende 1995 waren er 367 meldingen 'Bijzonder Voorval', waaronder 135 maal agressie, 34 maal poging tot zelfdoding. Daarnaast waren er 8 ontsnappingen en 25 vluchtpogingen. 461 maal werd er besloten tot opsluiting in een strafcel. 257 maal werd een gedetineerde in een isoleercel geplaatst; 91 overplaatsingen waren nodig in verband met 'interne orde/externe beveiliging'.

Medische dienst
Veel gedetineerden krijgen door het langdurig en het zonder perspectief opgesloten zijn, psycho-sociale problemen. Hoofdpijn is aan de orde van de dag. Gedetineerden klagen veel over het feit dat medische problemen afgedaan worden met een paracetamol. Is geen sprake van een urgent medisch probleem, dan wordt niet begonnen met een medische behandeling omdat gedetineerden verwijderd dienen te worden.
Aparte aandacht in het hiervoor genoemde jaarverslag is er tenslotte nog voor het aantal overplaatsingen naar het Penitentiair Ziekenhuis in Den Haag of de Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling in Amsterdam (Bijlmerbajes). Dat aantal bedroeg in 1995, 33. Dit betekent volgens het jaarverslag dat doorgaans 6 bedden in het Penitentiair Ziekenhuis bezet zijn door de vreemdelingen uit de Willem II - dat is een kwart van de totale hoeveelheid ziekenhuisbedden binnen het gevangeniswezen.

Transport
Bij transport, bijvoorbeeld naar Schiphol, wordt de gedetineerde vaak geboeid. Vervoer naar een ziekenhuis vindt vaak plaats met een stok in de broek om ontvluchten te voorkomen. Voorafgaand aan de verwijdering wordt een gedetineerde veelal naar de isolatieafdeling van het detentiecentrum verplaatst.

Versoberd regime en werkzame detentie
In het versoberd regime is in weinig faciliteiten voorzien. Daarvoor in de plaats is arbeid ingezet. Dit idee van werkzame detentie, waarvan Kosto mede-architect is, doet ook in vrijwel alle vreemdelingendetentiecentra opgeld. De gedetineerde, die arbeid verricht ten bate van de Nederlandse economie, verdient een hongerloontje van één gulden per uur, in plaats van het minimumloon dat hier dient te worden uitbetaald. Ook zou een CAO gesloten dienen te worden voor een betere rechtspositie voor de gedetineerde werknemer. De arbeidsomstandigheden laten soms te wensen over. Te weinig ontluchting, te hoge temperaturen, korte pauzes, etcetera.
Voor Justitie is werkzame detentie lucratief want het gevangeniswezen kan hierdoor 20% op personeel bezuinigen. Minder personeel behoeft ingezet te worden voor bijvoorbeeld creativiteit, sport en spel.
Bezuiniging en creatie van goedkope arbeidskrachten: twee vliegen in één klap. De 'derde vlieg' is dat arbeid tevens het controleen beheersingsdoel van de detentie dient. Het is een gecontroleerde vorm van bezig zijn; 'energie aftappen', zoals een personeelslid het formuleerde.
Arbeid was altijd een onderdeel in het gevangeniswezen, maar maakte in de jaren zeventig meer plaats voor het idee de gedetineerde tot een aanvaardbaar staatsburger om te vormen door 'persoonlijkheidsontplooiing'. Inmiddels is die benadering te soft maar vooral te duur bevonden. Werkzame detentie houdt een 'zakelijke benadering van de gedetineerde' in.

Wie niet arbeidt blijft op cel!
Werkzame detentie behelst het hooghouden van het arbeidsethos: geen werk, geen inkomen. Niet werken betekent op cel blijven. Een arbeidscontract houdt voor de werknemer nauwelijks rechten maar voornamelijk plichten in. Doet hij niet zijn best wordt hij ontslagen, baalgedrag betekent 14 dagen van de arbeidslijst geschrapt; voor de derde keer de productie niet halen, kan betekenen dat de werknemer wordt verwijderd van de afdeling. Arbeid is een 'keuze' tussen één gulden per uur (met bij 'goed gedrag' mogelijk toeslag) en de hele dag alleen op cel op een houtje bijten. Velen gaan toch werken, omdat de werkvloer een ontmoetingsplaats is. Uiteindelijk wordt het verkregen loon vaak besteed in de gevangeniswinkel.

Justitie neemt illegalen in dienst
De overheid en de gevangenisdirecties maken zich in feite op grote schaal schuldig aan strafbare feiten met betrekking tot het tewerkstellen van illegalen. De gevangenisdirecteuren zijn bevoegd tot het sluiten van arbeidscontracten met de gedetineerden. Volgens de Wet arbeid vreemdelingen is hierbij een tewerkstellingsvergunning verplicht. De Wet op de economische delicten bestempelt het ontbreken van die vergunning tot een overtreding die beboet kan worden. De overheid is hier echter niet te vervolgen en kan dus deze praktijken onbelemmerd voortzetten.
Gevangenisdirecteuren kunnen de markt opgaan en zakenrelaties opbouwen met werkgevers om opdrachten in de wacht te slepen. Een gevangenis wordt dan in feite gezien als een bedrijf met een bedrijfsleider. Een gevangenisdirecteur formuleerde het als volgt: 'Bedrijfseconomisch gezien kunnen we niet ver onder de marktprijs duiken. We concurreren op het gebied van kwaliteit, service en betrouwbaarheid. We berekenen geen overheadkosten voor gebouw en personeel. Loon van de gedetineerden, energie- en grondstofkosten en kosten voor investeringen worden wel doorberekend. Deze drie kostenposten worden voorlopig door het ministerie van Justitie bekostigd. In een jaar moet de productie zichzelf gaan bedruipen. Alleen de kosten voor het gebouw en het begeleidend personeel blijven daarbuiten.' Ook zegt hij dat de arbeid, als deze niet in detentie hier wordt verricht, wordt uitbesteed aan lage lonen landen.
De arbeidskrachten zijn in ieder geval zeer goedkoop en de productie is gegarandeerd. Er worden werkzaamheden verricht waarvoor weinig andere bedrijven in de markt zijn, om in die zin concurrentievervalsing te voorkomen. Zo worden proefbuisjes parfum in kartonnetjes gestopt voor Mexx, hoezen voor videobanden gesealed voor de Hema en fietsonderdelen gemonteerd voor Axa.

Illegale arbeid buiten de bajes verboden
Illegalen en afgewezen vluchtelingen mogen niet werken in de Nederlandse maatschappij. Vele gevangenen zijn opgepakt op de werkplek, als illegaal. Argument daarbij is naast totaalcontrole en uitsluiting vaak ook dat zij banen inpikken. Is hij gedetineerd dan mag hij weer w‚l werken. Onderbetaald en werk dat lang niet iedereen ambieert. Hypocrisie ten top.

6.9 Beeldvorming

Gevangen zetten op zichzelf werkt criminaliserend. Iemand achter de tralies zetten gebeurt immers na veroordeling wegens een strafbaar feit. Het beeld over vreemdelingendetentie dat bij het publiek blijft hangen, is dat de gevangene toch wel iets zal hebben misdaan. Justitie poogt het beeld te laten postvatten dat geweigerde asielzoekers en illegalen een gevaar zijn voor de openbare orde en moeten worden verwijderd. Niet voor niets worden, vooral ook op het gebied van de Europese samenwerking, bestrijding van drugs, terrorisme en immigratie in één adem behandeld. De burger wordt gevoelens van onvrede en onveiligheid aangepraat om zo mede het beleid te legitimeren. Het maatschappelijk draagvlak wordt vervolgens gebruikt om dit beleid te verkopen.
Ook wordt over illegale(n)bajessen door gevangenisdirecteuren en Justitie regelmatig in de media naar buiten gebracht dat daar criminele illegalen worden opgesloten. Tekst en uitleg over die vermeende criminaliteit wordt niet gegeven. Wie om statistisch cijfermateriaal vraagt krijgt nul op request. Deze beeldvorming is funest voor deze toch al kwetsbare groep mensen en voor het draagvlak en de tolerantie onder het Nederlands publiek.

6.10 Verzet binnen en buiten de gevangenis

Voor de gevangenen is vreemdelingendetentie een hel. Desoriëntatie, vereenzaming, apathie, sociaal-psychische moeilijkheden vallen vrijwel alle gevangenen ten deel. Velen waren nog nooit eerder in hun leven gevangen. Zij hebben huis en haard verlaten, stappen hier een vreemd land binnen en worden van hun vrijheid beroofd. Vele gedetineerden gaan dan ook in verzet door hongeren of dorststaking, of werkstaking. Soms wordt er gedemonstreerd. Anderen verwonden zichzelf of doen een poging tot zelfdoding. Alle vormen van verzet worden structureel niet met begrip maar met repressie beantwoord. Strafmaatregelen zijn isolatiecel, afzondering op eigen cel, of overplaatsing naar een ander huis van bewaring (carrousel). Alles staat in het teken van controle en beheersbaarheid van de inrichting; elk afwijkend gedrag wordt gerapporteerd en kan een strafmaatregel tot gevolg hebben.

6.11 Onafhankelijke controle ontbreekt

Er is zoals in elk huis van bewaring ook in vreemdelingendetentiecentra een Commissie van Toezicht met een Klachtencommissie. Klagen is echter slechts mogelijk over bejegening, niet over structurele zaken, terwijl klachten veelal juist rechtstreeks met de vrijheidsbeneming te maken hebben. Velen weten niet eens dat er een beklagrecht is, weer anderen denken dat klagen niets helpt. Sommigen klagen niet snel uit angst dat dit de procedure negatief be‹nvloedt. Velen komen niet uit een samenleving waar beklagrecht onderdeel van uit maakt.

6.12 Slechts op bezoek

Van groot belang is het contact met gedetineerden. Juist omdat er geen onafhankelijke instantie is die een oogje in het zeil houdt. En omdat vreemdelingendetentie onbekend is bij de publieke opinie. Gevangenissen voor vreemdelingen staan letterlijk en figuurlijk v‚r buiten de samenleving. Organisaties zoals het Autonoom Centrum (AC), die als onafhankelijke bezoekgroep gedetineerden opzoeken, staan individuen bij in hun verblijfsprocedure en positie als gedetineerde. Zij signaleren structurele misstanden en trekken daarover aan de bel, hetgeen hen door Justitie niet in dank wordt afgenomen. Justitie probeerde het AC een bezoekverbod op te leggen, met als argument dat het AC betrokken zou zijn bij een zogenoemde opstand in het Grenshospitium. Zij formuleerde dat als volgt: 'Voorts verhullen de leden van de werkgroep niet dat zij vinden dat bewoners niet verplicht zouden moeten zijn zich in het Grenshospitium op te houden. Het is nauwelijks voorstelbaar dat het uitdragen van deze visie en het adviseren van de bewoners in bovenvermelde zin niet hand in hand gaan.' Het uitdragen van de visie 'recht op vrijheid' is dus impliciet niet toegestaan. Justitie slaagde uiteindelijk niet in haar opzet. Wel worden kritische bezoekgroepen en gevangenen allerlei hindernissen in de weg gelegd. Zo kan het lang kan duren alvorens een aanvraag voor bezoek wordt ingewilligd. Soms verdwijnen de voor die aanvraag benodigde formulieren en dient er een tweede aanvraag te worden gedaan. Het komt voor dat de gevangenen gentimideerd worden om van het bezoek af te zien. Vaak wordt gezegd dat het bezoekuur volgepland is. Als het AC op bezoek komen is de bezoekzaal vrijwel altijd leeg. Daarnaast geeft het op bezoek gaan bij een vluchteling of illegaal het gevoel op bezoek te zijn bij een crimineel. Er is geen privacy in de bezoekruimte en sommige bewakers commanderen zowel de gedetineerde als de bezoeker. En elke keer weer die detector. De gevangene wordt v¢¢r en na bezoek gefouilleerd, soms zelfs ondervraagd over wat ter sprake was gekomen tijdens het bezoek van een medewerker van het AC.

6.13 Waarom wordt er gezwegen?

Het is politiek, juridisch en maatschappelijk verdacht stil rondom deze gevangenen. Waar protest uit alle invalshoeken gehoord zou moeten worden, heerst echter grote stilte. Zodra men buiten hoort wat daarbinnen gebeurt mag en kan er niet worden gezwegen. Onvoorstelbaar dat er zo weinig ondernomen wordt in politieke en mensenrechtelijke zin tegen opsluiten, juist in een tijd waarin dit relatief onbekende terrein in razend tempo restrictiever wordt: meer en langer opsluiten, in heel Europa. Daarnaast verovert ook half-opsluiten, zoals in het verwijdercentrum in Ter Apel, meer terrein. Vrijheid is een grondrecht, een fundamenteel mensenrecht. En wat is de realiteit? Nederland wordt voller met cellen voor illegalen en vluchtelingen.

6.14 Vrijheidsbeperking

Zeer dichtbij vrijheidsberoving staat vrijheidsbeperking. In het verwijdercentrum in Ter Apel worden vluchtelingen dan wel niet gevangen gezet, zij worden ernstig in hun vrijheid beperkt. Zij dienen zich, evenals vluchtelingen in de gewone opvangcentra, twee keer per dag te melden om te stempelen. In het verwijdercentrum dient men zich voortdurend, zeker gedurende de eerste weken, beschikbaar te houden voor onderzoek en interviews met ambtenaren van Justitie. Verblijf in het verwijdercentum, waar eerst drie maanden voor stonden, kan inmiddels zes maanden duren. Velen worden daarna op straat gedumpt. Regelmatig ook wordt een vluchteling vanuit het verwijdercentrum overgeplaatst naar een gevangenis, omdat hij zogeheten non-co”peratief is, niet meewerkt aan de uitzetting.
De stap van vrijheidsbeperking naar vrijheidsberoving wordt door Justitie gemakkelijk gezet. Een recent voorbeeld uit het verwijdercentrum betreft een vluchteling die werd gedetineerd omdat zijn kamergenoot was ondergedoken. Door tussenkomst van de rechter na enige tijd, werd hij vrijgelaten en moest hij terug naar het verwijdercentrum.

6.15 Strafrecht/vreemdelingenrecht

Vrijheidsbeneming wordt binnen het strafrecht zo min mogelijk toegepast. In het vreemdelingenrecht wordt vrijheidsbeneming veelvuldig toegepast. Een vreemdeling wordt eigenlijk driedubbel 'gestraft': verwijdering, gevangenschap, en dat zonder maximumtermijn. Justitie stelt dat men vrijwillig weg kan, namelijk richting eigen land.
Vreemdelingendetentie is - zo moge duidelijk zijn uit het voorgaande - een zware sanctie. De vreemdeling is geen verdachte, de detentie wordt wel als straf ervaren. Strafdetentie is gelimiteerd volgens de strafmaat, vreemdelingendetentie kent geen tijdlimiet. Er bestond een in de jurisprudentie tot stand gekomen richtlijn van 6 maanden, maar deze is gaandeweg en zeker met de uitspraak van de Rechtseenheidskamer van zomer 1997, losgelaten. In het strafrecht wordt vrijheidsbeneming regelmatig getoetst. Na de eerste drie dagen (en 15 uur) inverzekeringstelling door de rechter-commissaris. Vindt daarna voorlopige hechtenis plaats, dan wordt de voortgang daarvan de eerste 100 dagen regelmatig getoetst. Als de strafzaak eenmaal op de zitting is, berust die toetsing bij de zittingsrechter; in het ergste geval blijft de voortdurende voorlopige hechtenis 90 dagen zonder toetsing. Bij vreemdelingendetentie zou ook het beginsel van 'onmiddellijke voorgeleiding' moeten worden toegepast. De eerste toetsing vindt, zoals hiervoor betoogd, eerst na vier weken plaats, ambtshalve door de rechter. Daarna vindt toetsing slechts plaats op initiatief van de vreemdeling en zijn raadsman. Daarbij komt de vreemdeling aangewezen is op de bereidheid van zijn raadsman zich voor hem in te spannen. Als de raadsman al een opheffingsverzoek doet, leidt dit in de meeste gevallen niet tot invrijheidstelling. De vreemdelingenbewaring duurt in het algemeen bijna twee keer langer (6 maanden) dan de 100 dagen (voorlopige hechtenis) in het strafrecht.

Strafmaat
Voor voorlopige hechtenis is volgens het Wetboek van strafvordering ten minste één van de volgende gronden nodig:
- een ernstig vergrijp, zoals serieuze geweldpleging op straat; in ieder geval een misdrijf waarop vier jaar of meer gevangenisstraf staat;
- een geschokte rechtsorde bij een vergrijp waar 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat, of gevaar voor herhaling (moet blijken uit justitiële documentatie);
- herhaling van vermogenscriminaliteit;
- of onderzoeksbelang.
Voor al deze gronden geldt het proportionaliteitsbeginsel en er moet individueel getoetst worden.
Vreemdelingendetentie is vergelijkbaar met het strafrecht, maar toch wordt met twee maten gemeten: waar geen strafbare feiten gepleegd zijn zou namelijk vrijheid moeten volgen; het tegendeel is waar.

Rechtspositie
Voorlopige hechtenis wordt, net als de vreemdelingenbewaring, met name gebruikt tegen gemarginaliseerden in de samenleving. Strafdetentie is, hoewel aan erosie onderhevig, met meer waarborgen omkleed dan vreemdelingendetentie.
In het strafrecht zijn bijvoorbeeld vervroegd verlof, alternatieve straf of elektronisch huisarrest opties, in vreemdelingenrecht niet. Meldplicht, een volgens de vreemdelingenwet mogelijk alternatief voor vreemdelingenbewaring, is niet ter sprake. Opvallend is ook dat een schorsing van de voorlopige hechtenis in het strafrecht vaker voorkomt dan het opheffen van de vreemdelingenbewaring.
Vluchtelingen en illegalen worden niet alleen op flinterdunne gronden vastgezet, en bovendien in beginsel voor onbeperkte duur, zonder dat hier een effectief rechtsmiddel tegen openstaat. Is vreemdelingendetentie niet in strijd met de artikelen 5 en 13 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVR- M)? Is hier bovendien geen sprake van discriminatie? Artikel 14 EVRM bevat een discriminatieverbod ten aanzien van het geformuleerde recht op vrijheid; vreemdelingendetentie staat hiermee ten minste op gespannen voet.

Herhaalde toepassing wegens hetzelfde feit
In het strafrecht geldt het beginsel dat niemand twee keer mag worden lastig gevallen voor hetzelfde feit. Dit geldt zowel ten aanzien van vervolging als de toepassing van dwangmiddelen. Vreemdelingenbewaring wordt herhaaldelijk toegepast voor hetzelfde feit, namelijk het (nog steeds) rondlopen zonder papieren.

'Gijzeling'
De vreemdeling moet meewerken aan de vaststelling van zijn identiteit. Zogeheten non-coöperatief gedrag wordt de vluchteling/illegaal tegengeworpen. Zolang de identiteit niet is vastgesteld en er 'zicht is op uitzetting' blijft hij gedetineerd. Dit komt eigenlijk neer op een vorm van gijzeling en foltering: er wordt een fysiek dwangmiddel toegepast om informatie te verkrijgen van een vreemdeling over zijn identiteit. De vraag is of vreemdelingendetentie in die gevallen, en vooral wanneer vreemdelingen herhaaldelijk worden gedetineerd, niet in strijd is met het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Als het doel van de bewaring is, langer vasthouden als dwangmiddel tot het verkrijgen van informatie, c.q. een bekentenis af te doen leggen over identiteit, is het de vraag of dit niet vergelijkbaar is met het toebrengen van onnodig leed, sterker nog: of geen sprake is van folter. Vreemdelingen worden immers langer vastgehouden naarmate zij langer zwijgen over hun identiteit, of zogenaamd het onderzoek naar hun identiteit frustreren. Er is dan een belangenafweging waarbij de staat per definitie wint. Zij heeft daarmee langer de gelegenheid tot het verkrijgen van laissez-passers van het land waarvan vermoed wordt dat de vreemdeling daar vandaan komt. De gedetineerde wordt zo 'doorgezaagd' en murw gemaakt.

6.16 Tweedeling

Er is een tweedeling in de maatschappij gecreëerd. Een grote groep rechteloze mensen wordt gewoonweg afgeschreven en achter tralies geplaatst. Onder hen vluchtelingen en illegalen. Zij verdwijnen in vreemdelingendetentie. Vrijheidsberoving is doorgaans een laatste middel waarnaar gegrepen wordt, bij illegalen en vluchtelingen is het doorgaans één van de eerste middelen. Het is een ernstige zaak dat een rechtsstaat zich dit recht van opsluiten heeft toegeëigend. Het is verontrustend dat er geen politiek debat over vreemdelingendetentie plaatsvindt. De vanzelfsprekendheid is gemeengoed geworden. Het wordt hoog tijd om aan het einde van deze eeuw een nieuw tijdperk in te leiden. Een wereld van iedereen, waarin vrijheid, gelijkheid en rechten voor iedereen gelden.
zoekarchiefdiscussiereageerhomeenglish