Wat te denken?

Hans de Bruin 08-04-04

Bron Konfrontatie

Hoe vaak schreef ik in het verleden niet -met een vette knipoog naar Lenin- de regel "wat te doen?". Wat te doen, het was de vraag die automatisch volgde op de analyse en die een antwoord beoogde, een richting in het handelen. Maar anno nu is de vraag "wat te denken?" voor links veel actueler. Op de voortdenderende actualiteit lijkt sinds 9-11, na Irak en na 11-3 voor links helemaal geen antwoord meer te vinden. Laat staan dat we nog kunnen handelen.

Nadat De Muur viel en de Koude Oorlog bezegeld leek, kondigde Fukuyama het einde van de geschiedenis aan waarmee hij erop doelde dat de wereld zich onherroepelijk in de richting van de liberale democratie bewoog na de overwinning van deze politieke ideologie. De vrije markt, het neoliberalisme, gevolgd door het neoconservatisme namen de ideologische hegemonie over. Links keek en kijkt nog steeds naar adem happend toe, hoewel Fukuyama als de ideoloog van het zegevierende liberalisme zelf ook niet echt stond te juichen over de "geestelijke leegheid" van het liberalisme. Hij voorspelde "eeuwen van verveling: het einde van de geschiedenis zal een zeer droevige tijd zijn". Na 11 september gingen er vele stemmen op die, in een welhaast cynische opluchting, meenden dat Fukuyama ongelijk had gehad. Maar Fukuyama zelf meende van niet en stelde enkele dagen na 11-9 dat de fundamentalistische islam slechts met een achterhoedegevecht tegen de moderniteit bezig was, en dat zij gezien het belang van oliedollars in veel islamitische landen niet kon tippen aan de overweldigende aantrekkingskracht van de liberale democratie. De geschiedenis was volgens Fukuyama nog altijd ten einde. TweŽeneenhalf jaar verder hebben de VS Afghanistan en Irak platgebombardeerd en bezet -hoeveel duizenden doden vielen er in beide landen onder de burgerbevolking?- en voeren we in Nederland woedende discussies over hoofddoekjes of over de vraag of de integratie van Marokkanen en Turken wel gelukt is, is de multiculturele samenleving verbaal zo ongeveer afgeschaft, worden er treinen opgeblazen in Madrid, worden er door VVD en CDA driftig pogingen gedaan om de privacywetgeving weer eens op te rekken, omdat (liberale) vrijheid kennelijk niet gelijk staat aan veiligheid en staan we ons af te vragen of we onze bijdrage aan het bezettingsleger in Irak wel moeten handhaven onder het motto dat je nooit mag toegeven aan geweld en terrorisme. En ik loop zelf verdwaasd rond met vragen in mijn hoofd waar ik geen antwoord meer op lijk te hebben. Laat staan dat ik nog kan zeggen: wat te doen?

moderniteit

In de discussies in Nederland rond integratie en het moslimterrorisme wordt in navolging van Fukuyama de moderniteit als het ultieme model gezien tegenover de islam, die na 9-11 tot de gemeenschappelijke nieuwe vijand na het communisme en het socialisme is verklaard. Fortuyn droeg aan die stellingname zijn eigen bijzondere steentje bij door de islam tot een achterlijke godsdienst te benoemen. En Frits Bolkestein, die het wat intellectueler uitdrukte deed het door 'de Verlichting' in te zetten tegen de multiculturele samenleving al was zijn betoog opzichtig tegenstrijdig door enerzijds te stellen dat de Verlichting universeel is, maar die tegelijkertijd te beschouwen als een Europees cultuurgoed. Iets dat 'van ons' is en niet van andere culturen, en dan natuurlijk met name niet van de islamitische cultuur. De Verlichting is in de visie van Bolkestein geldig voor iedereen, maar hij is niet van iedereen, waarbij 'wij' Europeanen de 'anderen', migranten of islamieten wel eens uit zullen leggen hoe zij zich dienen te gedragen en welke waarden zij zich eigen moeten maken (1). En het verwarrende is dat ik zelf natuurlijk ook helemaal niets heb met de islam. Met die bizarre godsdienst waarin meisjes besneden kunnen worden, waar vrouwen tweederangsburgers zijn die soms letterlijk achter hun man aanlopen en met zijn homofobe imams. Maar ik ben niet alleen tegen de islam. Met andere religies -met een soms bloedige geschiedenis- heb ik ook niets. En ligt daarin het dilemma van links? In de Volkskrant stelde Joost Zwagerman onlangs dat links decennia lang heeft bijgedragen aan de ontkerkelijking, maar nu in een spagaat ligt doordat we in ons "terechte engagement met de sociaal-economisch zwakke positie van moslim-allochtonen" er de "bijbehorende geloofsovertuiging in ťťn moeite bijnamen als een soort keurmerk dat niet bediscussieerd, laat staan bekritiseerd of bespot mag worden." En stelt Zwagerman: "In die dubbele standaard zit hem de kardinale misser van links" (2).

Ik kan niet anders dan toegeven dat er zich verwarring meester heeft gemaakt van mijzelf in het huidige debat over de multiculturele samenleving en integratie, maar ook over de oorlogen in Irak en Afghanistan. Thema's die op dit moment alles overschaduwen. Inderdaad wortelt dat dilemma in mijn ambivalente houding ten opzichte van de islam, maar evengoed in de rol van de VS en het slaafse navolgen van Nederland in bijvoorbeeld de oorlog tegen Irak. Het probleem is dat beide partijen afschuw oproepen. Er is geen ruimte meer om me te solidariseren met een van beide kampen en de neiging bekruipt me om te denken: laten ze het maar onderling uitvechten. Helemaal daar de kampen onderling inwisselbaar lijken te zijn. In de jaren tachtig steunde links de Koerden in Turkije en Irak tegen de massamoordenaar Saddam Hoessein, die de steun van de VS had in zijn strijd tegen de Koerdische terroristen. Hetzelfde gebeurde in Afghanistan, waar de VS de fundamentalistische Taliban en Bin Laden steunden in de strijd tegen de Russen. Maar waarom fixeert het debat zich zo op religies en op de islam in het bijzonder? Want zonder de terreuraanslagen vanuit fundamentalistische islamhoeken te bagatelliseren, wordt de strijd tegen de islam op dit moment wel misbruikt als vijandbeeld om andere zaken te regelen, om ons westerse wereldbeeld nog verder op te dringen. Al in 1995, ruim voordat Paul Scheffer, Frits Bolkestein en in hun kielzog Pim Fortuyn de aanval openden op de multiculturele samenleving schreef de Britse historicus Eric Hobsbawn: "Die merkwaardige roep om een niet nader gespecificeerde 'civiele maatschappij', om 'gemeenschapszin' werd geuit door verloren, ontwortelde generaties. Deze woorden klonken in een tijdperk waarin hun traditionele betekenis verloren was gegaan, en ze nog slechts holle frasen waren. Er was geen andere manier meer om de groepsidentiteit vast te stellen dan door een definitie te geven van wie er niet bij hoorde" (3). En wie er niet bijhoren is de afgelopen jaren duidelijk geworden al wordt die afwijzing verpakt in een roep tot een geforceerde integratie.

Onze linkse traditie

De klassieke tegenstelling heeft meer dan een eeuw lang grofweg gelegen tussen solidariteit en het kapitaal (we zouden nu zeggen: de vrije markt). Het historisch resultaat is de naoorlogse verzorgingsstaat, een samenlevingsmodel dat berust op solidariteit met de economisch zwakkeren. De afgelopen vijftien, twintig jaar is daar weer flink het mes in gezet. De indruk wordt soms gewekt alsof het neoconservatieve gedachtegoed iets van de laatste jaren is, maar dit dateert al vanaf eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Onder andere Stuart Hall wees er in begin jaren negentig op dat rechts zich in de jaren tachtig grondig heeft vernieuwd en een politiek-ideologische kracht is geworden van een totaal nieuw type (4). Rechts wilde in het crisistijdperk niet een passieve status quo verdedigen, maar het politieke krachtenveld drastisch hergroeperen. De diepe economische crisis van die periode werd door rechtse ideologen aangegrepen om de verzorgingsstaat af te schilderen als een geldverspillende instantie die de zuur verdiende centjes van de kleine man en vrouw aan linkse luchtfietserij verspilde. Tegelijkertijd werd het begrip (verzorgings-)staat gekoppeld aan onvrijheid, dwang en betutteling, waartegenover de markt vrijheid symboliseerde. Door in dezelfde beweging de sociaal-democraten en socialisten aan de staat te koppelen, werd de indruk opgeroepen dat juist zij tegenover "de mensen in het land" stonden. Gekoppeld aan thema's als verloedering, criminaliteit en ontwrichting wist nieuwrechts de ongedifferentieerde en ongeorganiseerde ontevredenheid en onrust, die het gevolg was van de economische crisis in de jaren tachtig, te mobiliseren voor een terugkeer naar 'normale tijden'. Waar die 'normale tijden' uit bestaan wordt nu steeds duidelijker. Het hele zorgstelsel wordt afgebroken en veel mensen aan de onderkant van de samenleving zien een steeds ongrijpbaarder perspectief en in die onzekere toekomst komt het goed uit om een ander vijandbeeld op te roepen. De tweedeling in de samenleving waar al lange tijd vanuit links voor wordt gewaarschuwd is allang realiteit en zal zich nog verder verdiepen naar het neoconservatieve model van de Bush-clan, als ze hun zin krijgen. En juist hierin ligt het gevaar van vijanddenken richting islam en richting de mislukte integratie, die natuurlijk met name de schuld is van arabische allochtonen, omdat het niet meer gaat om de sociaal-economische achtergronden van die tweedeling. We hebben een zondebok gevonden en nou slaat die zondebok nog terug ook.

Paul Scheffer die in 2000 met het 'multiculturele drama' een flinke aanzet gaf tot het huidige debat, stelt nu, nu het integratiedebat zo ongeveer volledig uit de hand is gelopen, in een recent stuk: "het is onzeker of de islam zich een plaats weet te verwerven als minderheid in een liberale en geseculariseerde samenleving" en "wat daarbij niet helpt is dat de islam zich ontwikkelt als deel van een conflictueuze internationale omgeving" (5). Die conflictueuze wereld is een wereld, waarin de VS en zijn bondgenoten (waaronder Nederland) oorlogen kunnen beginnen op basis van leugens en (bewust) verkeerde inschattingen. De onthullingen van Clarke hebben dat nu toch wel heel duidelijk gemaakt. Een wereld waarin een agressieve globalisering de vrije markt wordt opgedrongen en daarmee toenemende armoede en groeiende migratie- en vluchtelingenstromen.

Waar Fukuyama geschiedenis schreef door het einde van de geschiedenis te verkondigen, kun je eerder spreken van het verdwijnen van de geschiedenis. De geschiedenis van linkse bewegingen die opkwamen voor solidariteit en economische gelijkheid. Die geschiedenis dreigen we ons te laten ontnemen in afgeleide (en afleidende) discussies over religie en normen en waarden, terwijl het primair gaat om de sociaal-economische zekerheid van mensen en om de rechts-ideologische tendens van neo-liberalisme, die sinds de jaren tachtig over ons heen dendert, waarin zowel sociale als democratische rechten aan de kant worden geschoven. En laten we daarbij niet vergeten dat ook de sociaal-democratie, met 'paars', de 'oude' strijd voor solidariteit, emancipatie etc. in de prullenbak heeft gekieperd. 'We' waren immers allemaal welgestelde, geŽmancipeerde en zelfstandige burgers geworden, die geen behoefte meer hadden aan de verzorgingsstaat en zelf wel onze boontjes konden doppen in een uitdagende vrije-markt-samenleving. Die totale fixatie op de inderdaad zeer welvarende middenklasse heeft er vervolgens toe geleid dat ook de PvdA de achterstandswijken niet langer tot haar werkterrein rekende, maar nog slechts gefixeerd was op grote prestigeprojekten. Er is in de jaren negentig door linkse publicisten veel geschreven over de desastreuze kanten van cityvorming en het het verdwijnen van werkgelegenheid in troosteloze stadsvernieuwingswijken. Net zoals er veelvuldig beschreven is dat de 'normen en waarden' vanzelf wegvallen als alles in markttermen wordt beschreven en de onderlinge concurrentie tussen burgers wordt aangejaagd en dat botte repressie dan het enige is dat overblijft om burgers het gareel in te schoppen.

Nu, in de post-paarsperiode, blijkt de publieke sector de nek omgedraaid, grote groepen mensen aan de zijkant te staan, en is rechts erin geslaagd om de -terechte- onvrede van de blanke onderklasse te richten op de buitenlanders en de Islam. En daar gaat nu inderdaad alleen nog maar het debat over. De tragiek van links is dat we 'noodgedwongen' alleen nog maar kunnen reageren op het laatste fake-debat dat wordt aangezwengeld door heethoofdige rechtse columnisten en politici als "wilde" Geert Wilders, waarbij ze zich ook nog heel cynisch in de 'underdogrol' weten te manoeuvreren. Laten we ons niet voortdurend in debatten laten verleiden die rechts aanzwengelt, het is van belang om terug te grijpen op onze eigen ideologische achtergronden. Niet omdat het achterhaalde linkse vormen en gedachten waren, maar omdat door vele linkse analytici al in de jaren tachtig en negentig is beschreven wat er nu gebeurt. Daar moeten we op verder gaan.

Hans de Bruin

noten: 1. NRC Handelsblad 20 mei 2000 2. Volkskrant 3 april 2004 3. Eric Hobsbawm, "Een eeuw van uitersten: De twintigste eeuw (1914-1991)", Utrecht: Het Spectrum, 1995 4. Stuart Hall, "Het Minimale Zelf en andere opstellen", Amsterdam: SUA, 1991 5. NRC Handelsblad 3 april 2004